Dit nieuwsitem komt uit het archiefHoogtepunten jaarlijkse ALS congres 2004
Hoogtepunten van het jaarlijkse internationale congres voor Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS) en andere
aandoeningen van het motorisch neuron.
Het jaarlijkse internationale symposium vond plaats in Philadelphia (USA). Meer dan 700 onderzoekers, zorgverleners
en ook enkele patienten waren hier aanwezig. Door middel van meer dan 100 presentaties en meer dan 150 posters werden
resultaten van onderzoeken getoond door onderzoekers en zorgverleners uit de hele wereld. De onderwerpen variëren van
optimale zorg tot ziektemechanisme en nieuwe behandelingsmogelijkheden voor mensen met ALS.
Het doel van het symposium is dat nieuwe resultaten van onderzoek op een snelle en open manier worden gedeeld met de
internationale gemeenschap om zo onderzoek naar een betere behandeling van mensen met ALS te stimuleren en sneller tot
resultaten te komen. 1. Onderzoek naar oorzaken van ALS
Eén van de theorieën over het ontstaan van ALS is dat er niet één oorzaak is maar dat meerdere oorzaken samen leiden
tot ziekteproces wat leidt tot afsterven van motorische zenuwcellen. Het idee is dat ALS een zogenaamde multifactoriele
ziekte is.
Eén van de factoren zou kunnen zijn dat bepaalde mensen een verhoogde aanleg hebben voor ALS veroorzaakt door
bepaalde genen. Deze genen zijn niet de directe oorzaak maar verhogen de vatbaarheid voor ALS. Enkele genen die hierbij
mogelijk betrokken zijn werden gepresenteerd. Onderzoeksgroepen uit de UK en de USA presenteerde dat mensen met ALS
vaker een bepaalde variatie hebben in een gen dat kan leiden tot een verhoogde ijzerstapeling, haemochromatose.
Mogelijk dat dit gen in combinatie met andere genen en omgevingsfactoren kan bijdragen in het ontstaan van ALS. Andere
nieuw gepresenteerde genen die mogelijk een rol spelen zijn het dynactine gen, een gen wat een rol speelt bij transport
van voedingstoffen en afvalstoffen in de uitlopers van de motorische zenuwcellen, en het HSP27 gen wat een rol speelt
in de begeleiding van eiwitten naar de juiste plaats in de cel.
Ook was er aandacht voor bepaalde omgevingsfactoren die een rol zouden kunnen spelen bij het ontstaan van ALS. Men
denkt dat voeding een rol speelt, hoewel het nog onduidelijk om welke voedingsstoffen het precies gaat en hoe groot
deze rol is. Enkele jaren geleden werd een mogelijke verband tussen een stofje BMAA en het krijgen van ALS gezien. Dit
stofje is onderdeel van een speciaal dieet (vliegende vossen die een speciale cycad noot eten) van mensen in Guam
(eiland aan de stille Oceaan) waar ALS en dementie in hoge aantallen voorkomen. Dit stofje is ook ontdekt in hersenen
van Alzheimer patienten in Canada. Of dit stofje ook in gebieden elders in het dieet voorkomt moet nog onderzocht
worden.
Een andere omgevingsfactor is fysieke inspanning. Een grote Italiaanse studie bij voetballers heeft een relatie
aangetoond tussen het aantal jaren van sporten en ALS. Om te kijken of dit een waar effect is van fysieke inspanning,
en niet door andere factoren komt, zullen er vervolgstudies komen. Ook in een Ierse studie waren er aanwijzingen voor
een verband tussen fysieke inspanning en ALS.
Ook werd uitgebreid aandacht besteed aan de diverse ziekteprocessen die kunnen leiden tot schade aan motorische
zenuwcellen. Theorieen over betrokken processen die ondersteund worden door experimenten op celniveau zijn o.a.
ontsteking, eiwit stapeling, glutamaat toxiciteit, te weinig zuurstof (hypoxie), hormonale invloeden, een gestoorde
energiehuishouding van de zenuw en verschillende neurotrofe groeifactoren.
2. Onderzoek naar zorg en kwaliteit van leven
Multi-disciplinaire zorg (een team van verpleegkundige, fysiotherapeut, logopedist, dietist etc.onder aanvoering van
neuroloog of revalidatie-arts) heeft een positieve invloed op kwaliteit van leven en uiteindelijke overleving van
mensen met ALS. Ook blijkt uit onderzoek dat de beschikbaarheid van hulpmiddelen grote invloed op heeft op de
handhaving van de kwaliteit van leven van mensen met ALS. Mensen blijven langer aan het werk en doen in een later
stadium van de ziekte een beroep op zorghulp. Deze resultaten kunnen behulpzaam zijn bij het stimuleren van de
verschillende instanties betrokken bij de zorg rondom ALS om de zorg en beschikbaarheid van hulpmiddelen/aanpassingen
te verbeteren.
3. Diagnose
Gemiddeld is er iets meer dan een jaar vertraging tussen het begin van tekenen van de ziekte en stellen van de
diagnose. In de afgelopen jaren is de tijdsduur tussen het begin van de klachten en het stellen van de diagnose gelijk
gebleven. Er is nog geen specifieke diagnostische test, dus moeten we nog steeds varen op een combinatie van symptomen
en afwijkende test uitslagen. Bloed, hersenvocht en naald onderzoek in spieren (EMG) kunnen afwijkingen vertonen. Met
geavanceerde laboratorium technieken wordt gezocht naar een combinatie van afwijkingen in meerdere moleculen specifiek
voor ALS - een zogenaamd genetisch of eiwit profiel aantoonbaar in cellen van patienten. Resultaten werden
gepresenteerd maar de bruikbaarheid in de medische praktijk moet nog verder onderzocht worden.
4. Onderzoek naar behandeling van ALS
Enkele kleine studies werden gepresenteerd om de veiligheid en de dosering te onderzoeken. Eén daarvan was behandeling
met hyperbarisch zuurstof (100 % zuurstof onder druk met een tank). De hypothese is dat dit een positief effect zou
kunnen hebben op de energie huishouding van de cel. Een studie bij 5 patienten die gedurende 4 weken, 5 dagen per week,
werden behandeld werd gepresenteerd. Mogelijk dat er een verbetering werd gezien in de spierkracht hoewel een placebo
of leereffect niet kan worden uitgesloten. Een groter onderzoek waar resultaten worden vergeleken met een groep
patienten zonder hyperbarisch zuurstof is nodig om effectiviteit te bewijzen. Voorzichtigheid is geboden, aangezien in
proefdierstudies behandeling met zuurstof schade aan motorische cellen liet zien.
Een andere behandeling die werd onderzocht was die met Coenzyme Q10 (tot 3 g/dag, 9 maanden). Het idee is dat CoQ10
zogenaamde radicalen wegvangt en een positief effect heeft op de energie huishouding en groei van de cel. In een studie
bij 31 patienten werd geen effect gevonden van het medicijn (de kracht in patienten ging niet minder snel achteruit dan
voorheen ook ging de kracht niet minder snel achteruit vergeleken met een standaard groep ALS patienten zonder
medicatie). Deze studie toont wel aan dat CoQ10 veilig is en slechts lichte bijwerkingen (op het maag-darm gebied)
heeft. Om objectiever aan te tonen of er wel of geen effect is, wordt het geneesmiddel in een grotere trial getest.
In een dubbel-blind placebo-gecontroleerde gerandomiseerde trial is het medicijn Celebrex, een remmer van ontsteking
in de hersenen, getest bij 300 patienten met en zonder medicijn. Helaas kon geen effect worden aan getoond.
Voorzichtig positief waren de resultaten met een middel tegen borstkanker, Tamoxifen. Hogere dosering en lange
termijn behandeling lijken een gunstig effect te hebben op de ziekteprogressie in een kleine studie. Een grotere studie
wordt momenteel voorbereid.
Ook is uitgebreid gesproken met collega's en werden resultaten gepresenteerd over mogelijkheden voor behandeling
met stamcellen. Een goed overzicht werd gegeven over de huidige stand van zaken. Het algemene idee is dat het zal heel
moeilijk zijn om stamcellen te laten uitgroeien tot motorische zenuwcellen aangezien de uitlopers soms wel een meter
moeten uitgroeien vanuit het ruggenmerg naar de verzwakte spier om zo de spierkracht te verbeteren. De kans op een
gunstig effect van stamcellen is groter als deze cellen rondom zieke (dus nog niet dode) motorische zenuwcellen stoffen
uitscheiden die een gunstige invloed hebben op deze cellen, zogenaamde neurotrofe factoren. Op deze manier is het niet
nodig dat de stamcellen uitgroeien tot volwaardige zenuwcellen. Het zal belangrijk zijn methoden te ontwikkelen om
stamcellen op de juiste plaats in het zenuwstelsel te krijgen (bij ALS is dat in de hersenen en vrijwel het gehele
ruggenmerg) en wel op een zodanige manier dat ze in leven blijven. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de
mogelijkheid om stamcellen, voordat ze in het lichaam worden gebracht, genetisch zodanig te manipuleren dat ze
neurotrofe factoren in goede hoeveelheden gaan uitscheiden. Er wordt momenteel een plan uitgewerkt om het resultaat
hiervan uit te testen bij een kleine groep patienten.
Wat betreft stamceltherapie bij mensen, zoals dat nu in Nederland zeer in de belangstelling staat, kent geen van
onze collega's in het buitenland patiënten die de therapie hebben ondergaan, die op de lange termijn een objectieve
verbetering hebben laten zien. Zeer teleurstellend was dat dr Huang niet aanwezig was bij het symposium. Het is een
morele verplichting als onderzoekers en neurologen om nieuwe inzichten in de behandeling van mensen met ALS te delen
met de internationale gemeenschap zodat we weten wat de behandeling inhoudt en wat voor effect het heeft, ook voor de
langere termijn. Alleen op deze manier kan een betere behandeling voor mensen met ALS komen, waarvan we weten welk
effect we kunnen verwachten en wat de bijwerkingen zijn. Alleen door goed het effect van behandeling vast te leggen is
het mogelijk de gemeenschap (overheid, verzekeringsmaatschappijen, artsen, patienten) te overtuigen om nieuwe,
effectieve behandeling voor alle mensen met ALS beschikbaar te maken.
De Amerikaanse ALS association heeft contact gehad met dr Huang en heeft hem
gevraagd het effect van zijn behandeling vast te leggen volgens de internationaal opgestelde regels. De dialoog zal
worden voortgezet.
Kijk voor de hoofdpunten van het symposium ook hier. 02 januari 2005
Terug
|