· Regelingen Wegenverkeerswet 1994 Wet op de maatschappelijke ondersteuning (WMO)
Mogelijk is een scootmobiel of ander gehandicaptenvoertuig een ideaal vervoermiddel voor u. U kunt een gehandicaptenvoertuig aanvragen bij UWV (voor school of werk) of bij de gemeente, afd. WMO (voor privégebruik).
Gehandicaptenvoertuigen zijn er in vele soorten en maten. Bekende voorbeelden zijn:
- de scootmobiel: lijkt een beetje op een scooter. De scootmobiel maakt gebruik van een
elektromotor. U kunt er een afstand tussen de 25 en soms zelfs 50 kilometer mee afleggen.
- de elektrische rolstoel: een rolstoel die elektrisch wordt aangedreven. U kunt er
tussen de 20 en 60 kilometer mee rijden. Meer informatie vindt u onder Rolstoelen.
- de gesloten buitenwagen: heet in de volksmond ook wel het gehandicaptenautootje.
Bekende merken zijn Arola, Ligier, Axam en Canta. Dit voertuig beschikt soms over een diesel- of benzinemotor. In
andere gevallen is de aandrijving elektrisch. Het maximale bereik van een elektrische auto ligt tussen de 35 en 50
kilometer. Maximum snelheid 25 km/uur, maximum gewicht 350 kg, maximum vermogen 4 kW.
- de rolstoelscooter of Pendel: een elektrisch aangedreven gehandicaptenvoertuig waar u
met uw rolstoel in/op kunt rijden. U rijdt in de open lucht. U kunt zich vervolgens maximaal 50 kilometer verplaatsen
voordat opladen van de accu's nodig is.
- de driewielfiets: een stabiele fiets die uitkomst kan bieden als u evenwichtsproblemen
heeft, uw armen niet goed kunt gebruiken, of problemen hebt met op- en afstappen.
- de Segway: een elektrische step die automatisch in balans blijft. Hij lijkt nog het
meest op een ouderwetse grasmaaier. De actieradius varieert van 19 tot 38 kilometer.
Auto's, bromfietsen en brommobielen zijn geen gehandicaptenvoertuigen. Ook niet als ze voor uw handicap zijn
aangepast.
Waar aanvragen? - U gebruikt het gehandicaptenvoertuig vooral voor opleiding of
werk
UWV vergoedt het gehandicaptenvoertuig inclusief kilometervergoeding. U mag het gehandicaptenvoertuig ook privé
gebruiken. Meer informatie vindt u onder 'Vervoer van en naar het werk' en 'Vervoer van en naar school' en op de
website van het UWV.
- U hebt het gehandicaptenvoertuig vooral privé nodig
De gemeente vergoedt het gehandicaptenvoertuig. Er mag geen eigen bijdrage worde gevraagd en er mag ook geen
besparingsbijdrage worden gerekend. Het vinden van de 'goedkoopste adequate oplossing' is daarbij het uitgangspunt.
Meer informatie vindt u onder 'Vervoer voor persoonlijke doeleinden'.
Regels voor gehandicaptenvoertuigen
- Met een gehandicaptenvoertuig mag u op de rijbaan, het fietspad, de stoep en in voetgangersgebieden rijden. De
autosnelweg is taboe.
- Rijdt u op een fietspad of op de weg? Dan moet u zich houden aan de verkeersregels voor (brom)fietsers en
auto's. Rijdt u tussen de voetgangers? Dan gelden ook voor u de regels voor voetgangers.
- U mag uw voertuig op de stoep parkeren.
- De maximumsnelheid voor een gehandicaptenvoertuig is 30 km/u binnen en 40 km/u buiten de bebouwde kom. Maar de
meeste gehandicaptenvoertuigen halen deze snelheden niet.
- U hebt geen (brommer)rijbewijs nodig om een gehandicaptenvoertuig te rijden. Wel moet u minstens 16 jaar zijn om
een voertuig te besturen dat harder kan rijden dan 10 km/u.
- Een verzekering voor Wettelijke Aansprakelijkheid (WA-verzekering) is verplicht voor gemotoriseerde
gehandicaptenvoertuigen.
Onderhoud
Het UWV verstrekt gehandicaptenvoertuigen in bruikleen. Bij zo'n verstrekking hoort een goed servicecontract. Is uw
voertuig versleten, dan heeft u recht op een ander, adequaat gehandicaptenvoertuig. Vervoermiddelen worden door de
gemeenten geleasd bij de leverancier. De leverancier bepaalt dus of er gerepareerd of vervangen moet worden. Als het
middel ergonomisch niet langer voldoet, dan moet een nieuwe aanvraag gedaan worden. Dan is immers een ander of
een aanpassing aan het huidige middel nodig
Aanvullende voorzieningen
Wanneer UWV of gemeente u een gehandicaptenvoertuig verstrekt, heeft u mogelijk ook recht op aanvullende voorzieningen.
U kunt hierbij denken aan:
- een vergoeding voor de benzinekosten;
- een vergoeding voor de stallingkosten;
- een vergoeding voor de kosten van rijlessen;
- accessoires als zijspiegels of een krukkenhouder.
Uw situatie en de instantie waarmee u te maken heeft, bepalen op welke aanvullende voorzieningen u aanspraak kunt
maken.
Tips - Maak voor uzelf helder wat uw problemen zijn, wat u niet meer kunt, wat u mist als
gevolg van uw handicap. Oplossingen zoeken en vinden is de tweede stap. Raadpleeg lotgenoten of een
professional, zoals een ergotherapeut, voor advies.
- Luister goed naar uw lichaam. U kunt zelf het beste bepalen of een scootmobiel of
ander gehandicaptenvoertuig helpt in uw situatie. - Informeer vroegtijdig naar de mogelijkheden op het gebied van gehandicaptenvoertuigen.
Kijk eens op de website van Vilans.
- Hebt u goede argumenten om te kiezen voor een ander dan het aangeboden model? Stel u
dan vasthoudend op. U kunt het zich niet veroorloven jarenlang een voertuig te gebruiken dat niet voldoet. Misschien
kan een persoonsgebonden budget (PGB) uitkomst bieden.
- Maak goede afspraken met de gemeente. Gemeenten gaan bij het vaststellen van een PGB
vaak uit van de prijs die zij zelf betalen voor een gehandicaptenvoertuig. Maar u kunt meestal geen aanspraak maken op
kortingsregelingen die voor de gemeente gelden. En dan kan dat gewenste scootmobiel ineens onhaalbaar blijken.
Controleer ook goed in hoeverre onderhoudskosten en reparaties voor uw rekening komen.